← Vervoegingen

Kernwerkwoordstijd

Tegenwoordige duurvorm: nu bezig

Gebruik estar + gerundio om te benadrukken dat een handeling nu bezig is. Spaans gebruikt ook vaak de gewone tegenwoordige tijd waar het Nederlands 'aan het' gebruikt: ¿Qué haces? betekent doorgaans 'Wat ben je aan het doen?'; ¿Qué dices? kan 'Wat ben je aan het zeggen?' of 'Wat bedoel je?' betekenen. ¿Qué estás haciendo? legt meer nadruk op dit moment.

Patroon

estoy, estás, está, estamos, estáis, están + gerundio. -ar wordt -ando; -er en -ir worden -iendo.

Vergelijkbare voorbeelden

Zie dezelfde persoon naast elkaar voor hablar (-ar), comer (-er) en vivir (-ir).

Persoon-ar-er-ir
yoestoy hablando

ik ben aan het praten

estoy comiendo

ik ben aan het eten

estoy viviendo

ik ben aan het wonen

túestás hablando

jij bent aan het praten

estás comiendo

jij bent aan het eten

estás viviendo

jij bent aan het wonen

vosArgentiniëestás hablando

jij bent aan het praten

estás comiendo

jij bent aan het eten

estás viviendo

jij bent aan het wonen

él / ella / ustedestá hablando

hij/zij/u is aan het praten

está comiendo

hij/zij/u is aan het eten

está viviendo

hij/zij/u is aan het wonen

nosotros/asestamos hablando

wij zijn aan het praten

estamos comiendo

wij zijn aan het eten

estamos viviendo

wij zijn aan het wonen

vosotros/asestáis hablando

jullie zijn aan het praten

estáis comiendo

jullie zijn aan het eten

estáis viviendo

jullie zijn aan het wonen

ellos / ellas / ustedesestán hablando

zij zijn aan het praten

están comiendo

zij zijn aan het eten

están viviendo

zij zijn aan het wonen

¿Qué estás haciendo? Estoy haciendo la cena.

Wat ben je aan het doen? Ik ben het eten aan het maken.

Het gerundio verandert niet per persoon: estoy hablando, estás hablando.

Oefen alle kernwerkwoordstijden